donderdag 17 mei 2018

Kort verhaal

Voor het college Creatief schrijven, gegeven door schrijfster Pauline Slot, moesten we een kort verhaal schrijven. Ik vond het wel leuk om het met jullie te delen.

Koffie + muffin €2


Natuurlijk kon de jonge student bij het binnengaan van de minder vooraanstaande koffieruimte – een betere kon je in de foyer van de universiteitsbibliotheek een honderdtal meter verderop vinden (ze hadden daar vanille latte!) – en het zien van de nieuwe, waarschijnlijk net niet gepensioneerde, misschien wel vriendelijke koffiedame nog niet weten dat hij deze wel behaaglijke maar voor langdurige doeleinden niet ideale ruimte veel later dan hij gewoonlijk deed op woensdagochtend, maar – wat nog veel belangrijker was – enorm veel zelfverzekerder dan hij ooit was geweest, zou verlaten, hoewel hij over het algemeen van zichzelf zou zeggen dat het hem toch niet zo erg aan zelfkennis ontbrak, vooral de laatste maanden niet, van het einde van de zomer tot net voorbij het donkerste dal van de winter, het begin van zijn opleiding Oude Nabije Oosten-studies waarin hij – wie had dat ooit gedacht! – op kamers was gaan wonen en duizend dingen leerde waarvan hij het bestaan niet eens wist toen hij in juli zijn vwo-diploma bibberig ondertekende op zijn oude gymnasium in een dorpje in het oosten van het land, zelfkennis waarmee hij het onregelmatige maar ergens wel hardnekkige terugkeren van zijn besluiteloosheid (of misschien eerder een soort twijfelsituatie) kon voorspellen. Hij heette overigens Jan. Zo had ik hem net ook wel gelijk kunnen noemen. Jan wilde cappuccino met op zich wel iets erbij als het kon, financieel gezien. Daar begon de aanleiding, of oorzaak, of nee, aanleiding van het besluiteloosheidsmoment: er stond een kaartje met een aanbieding die niet duidelijk aangaf of het ook cappuccino betrof: koffie + muffin €2.

Jan week in zijn gang naar de toonbank af en maakte een sierlijke boog richting de tafeltjes. Twijfelmomenten zijn ontwijkmomenten. We doen gewoon net even alsof ze er niet zijn. Bij zichzelf dacht hij: kak! Hij haatte deze momentjes. Waarom had hij niet die snel op te roepen algemene kennis over ongeschreven bestelregeltjes? Een normaal mens zou gewoon vragen of die aanbieding ook voor cappuccino gold. Jan niet. Jan had namelijk ergens het idee dat het niet zo was en dan kon het vragen ernaar allesbeslissend zijn! Dit moest dus goed gebeuren en dingen die goed moeten gebeuren eisen bedenktijd.
     De stoel waarop hij zat was comfortabel, lekker verdekt opgesteld en bood uitzicht op de bar. Dit was een en al geluk en toeval (een pleonastische tautologie, want geluk is eigenlijk altijd toeval, maar soit) want hij dacht in zijn noodbocht alleen maar: aaah! Twijfel! Nog niet bestellen! Iets anders! Wat? Zitten! Dus. Oh ja, maar waarom was het een geluk dat de stoel uitzicht bood op de bar? Nou, omdat Jan tot een plan kwam nadat hij zag wat er aan de bar gebeurde. En dit is wat er allemaal gebeurde.

Er kwam een mannetje aangelopen. Hij was klein, oud en had een baard. Waarschijnlijk was hij een professor of zo en daardoor gezaghebbend, maar tóch deed hij mij wel denken aan een ka-
     “Hallo!” zei het mannetje, “ik wil graag een ka- Hee! Koffie plus muffin twee euro?”
     “Ja,” zei het koffiedametje, “dat is nieuw, meneer!”
     “Oh, ze zien d’r wel lekker uit! Kan ik dan ook cappuccino nemen?”
     “Nou, vooruit.”
  Vooruit! dacht Jan, dat betekende dat het eigenlijk niet de bedoeling was! Het betekende voor deze ene keer of omdat jij het bent. Vooral dat laatste, dacht Jan. Jan dácht vooral. Hij wist niks zeker. Gelukkig kwam er een nieuwe klant.

Het meisje bestelde een croissant. Volgens mij had ik dit net zo goed niet kunnen vermelden, want het draagt niks bij aan het verhaal. Wie kwam er nog meer? Oh, die studente die Engels sprak. Ik denk dat ze uit Italië kwam. Ze kende wel een beetje Nederlands, want het bordje met de aanbieding ging ook haar neus niet voorbij. Terwijl ze er nog naar keek én wees, zei ze:
     “A large cappuccino and a muffin, please.”
Die maakt er een feestje van! dacht Jan.
     “Sorry, it’s only for small coffees”, zei de koffiedame met haar grootste buitenlandse glimlach.
  “Ooooh, I’m sorry, I didn’t know that! Then a small cappuccino, please, and a muffin.” En dan nog een keer “sorry” er zachtjes achteraan.
  De koffiedame knipperde wat met haar ogen. Jan wist wel waarom. Ze was ook een mens. Ze had ook haar gedachten, twijfels en verleidingen. Misschien had ze ook wel een verteller. Halverwege een verse ademteug begon ze toch maar aan de bereiding van die cappuccino.

Toen kwamen er een hele tijd geen klanten. Tenminste, geen relevante klanten voor Jan. Of, nou ja, eentje kan ik er misschien nog wel noemen, het was de jongen met de dreadlocks. Hij keek of hij de hele wereld al afgereisd had. Waarschijnlijk had hij op zijn Instagram-profiel world traveler staan en zette hij bij elke post #wanderlust, of zo. Jan dacht dat niet, want hij had geen Instagram. Hij zag dat de dreads guy naar het bordje kijken.
  “Oh, kan dat ook met cappuccino?”
  “Nee, helaas, alleen met gewone koffie.”
Oh! Ah! Wow! dacht Jan, hij niet! Zó gemakkelijk gaat het dus niet. Dreadful.

Jan stelde een theorie op. Als ik hem goed begreep was die als volgt: de koffiedame streek met haar hand over haar hart als de klant een gunfactor had (de oude man). Was dat niet per se het geval (de Italiaanse studente) dan wilde ze wel toegeven als het anders te ingewikkeld werd, lees: sociaal ongemakkelijk. Je moest het de koffiedame in ieder geval niet te makkelijk maken om nee te zeggen (zoals de world traveler).
  Jan schatte zijn kansen in. Dat deed hij op zich best wel goed. Sommige dingen kon je gewoon niet weten. Oké, hij ging dus naar de bar en bestelde als volgt:
  “Goedemorgen, ik wil graag cappuccino en een muffin voor twee euro. Om mee te nemen graag.” (Dat laatste was een afleidingsmanoeuvre.)
  “Ja,” zei de koffiedame en draaide zich om naar het apparaat. Jan zocht een muffin uit, terwijl hij dacht: serieus? Gaat dit zo makkelijk bij mij?
  Bij het contactloos betalen checkte hij nog het bedrag, twee euro, geen cent meer. Jan voelde de victorie. Met rechte rug liep hij de koffieruimte uit, in zijn ene hand een muffin, in zijn andere de beker met het witte plastic dekseltje. To go, dan moest hij weggaan ook. Op een bankje aan de gracht at hij eerst vergenoegd de muffin op, trots als hij was op de gedane zaken. Daarna nam hij een slok en proefde de bittere smaak van koffie, zwarte koffie.

Maartje Lindhout

vrijdag 19 januari 2018

Een middeleeuwse lachband

Voor een vak van mijn premaster las ik wat uit de Middelnederlandse Arthurroman Ferguut. Eigenlijk zijn die Arthurverhalen ontzettend vet! Alles sluit op elkaar aan en de personages beleven de grootste avonturen! Het totaal is eigenlijk een soort serie, een soort Game of Thrones, maar dan in middeleeuwse boekvorm.

Bron: http://ferguut.blogspot.nl/2013/06/

Het college ging over emoties in oudere literatuur. Ik vond de emoties rond humor wel grappig, dus ik ging die kant op. Ik dacht: series/soaps + lachen... lachband! Hadden ze in die middeleeuwse voordrachtsteksten niet een soort lachband? Hoe zorgde men er toen voor dat het publiek ging lachen?

vrijdag 27 oktober 2017

Dus dat.

De laatste tijd hoor ik het veel, soms zijn de twee woorden omgedraaid, maar meestal niet: dus dat. Het lijkt een soort stopwoordje (of stopwoordjes?) die je te pas en te onpas kunt toevoegen aan je uitspraak. Het liefst aan het eind. Maar waarom zeggen mensen “dus dat” eigenlijk! Betekent het wel iets?

Dus
Sinds de zomer geef ik Nederlands op een middelbare school en in veel klassen heb ik lesgegeven over signaalwoorden, dus daar kan ik nog wel eventjes over doorgaan. Het woordje “dus” is een signaalwoord. Het geeft de lezer of luisteraar een signaal. In dit geval is dat: klingel! Er komt een conclusie aan! Een conclusie is eigenlijk de slotsom van alle dingen die je ervoor hebt verteld. Nou, daar komt -ie, hoor! Tromgeroffel... dat!

Dat
De hele conclusie wordt geuit met het kleine, korte woordje “dat”. Maar wat zegt dat nou? Niets toch? Nou ja, niet helemaal. Het woordje “dat” verwijst naar iets anders. Vaak is datgene al genoemd. Even een voorbeeld:

Een kip met een muts op?! Dat zie je niet vaak! 

Hier verwijst “dat” naar de kip met de muts op. Zo verwijst “dat” uit “dus dat” ook terug naar wat er daarvoor gezegd is. Wat je dus doet als je “dus dat” zegt, is een verhaal samenvatten met een verwijswoordje dat terugverwijst naar je hele verhaal! Snap je ‘m? 

zondag 4 juni 2017

Recensie: De gave van Asjer Lev - Chaim Potok

Ja, hij heeft een gave: schilderen. Een bekende schilder is hij. Zo heeft hij in het verleden kruisigingsschilderijen geschilderd. Kruisigingsschilderijen, als jood.

Want Asjer Lev is een jood. We krijgen het leven van een joods gezin te zien. Alle gebruiken en gewoonten komen langs. Zeer interessant. Al wordt alles een beetje bedompt verteld.

Want opgewekt is hij niet, die Asjer Lev. Aan het begin is dat logisch. Zijn oom gaat dood. Voor de week rouw gaat Asjer Lev vanuit Saint-Paul-de-Vence naar Brooklyn, met zijn hele gezin. Hij is van plan na de week weer gewoon terug te keren naar Frankrijk, maar zijn ouders smeken hem te blijven. Waarom precies?

Later wordt duidelijk dat een belangrijk deel van de erfenis voor Asjer Lev is. Dat deel behelst een ware kunstcollectie, waaronder werken van zeer grote namen en schilderijen van Asjer Lev zelf! Zonder dat hij het wist was zijn oom een groot fan.

zaterdag 13 mei 2017

Vertaling Amar pelos dois - Portugal op het Eurovisie Songfestival 2017

Een lied dat opvalt tijdens het Eurovisie Songfestival is dat van Portugal. Vaak zeg of schrijf ik 'nummer', maar dit is echt een lied, een liedje! De zachte stem en de articulatie van de Portugese klanken zijn zo prachtig in dit kleinkunstachtige werkje te horen. Echt puur! Het gaat om Amar pelos dois van Salvador Sobral. Een Portugees nummer dus, tussen al die Engelse. Heel mooi, maar wat zingt hij eigenlijk? Hier een Nederlandse vertaling van de Portugese lyrics.

Amar pelos dois - Salvador Sobral

Se um dia alguém perguntar por mim 
Diz que vivi p’ra te amar 
Antes de ti, só existi 
Cansado e sem nada p’ra dar 

Als op een dag iemand naar me vraagt 
Zeg dan dat ik leefde om jou te beminnen 
Voordat jij kwam, bestond ik alleen maar 
Ik was moe en had niets te bieden

zondag 30 april 2017

Gekookte melk of gekookte rijst?

We aten rijst met krenten. 'We' is datzelfde gezin waarin fioemp, de naam van dit weblog is ontstaan. Rijst met krenten is een gerecht voor luie dagen, of dagen waarop er bijna niemand van ons zeskoppige gezin thuis eet. Wat houdt het in? Heel simpel. In melk gekookte dessertrijst met krenten erdoorheen en lekkerbekjes erbij. Over die rijst mag je naar eigen believen roomboter, bruine basterdsuiker en/of kaneel strooien. Lekker! Net een toetje. Dat aten we dus, toen mijn broer ineens zei: "in de rijst gekookte melk".

BAM! Wereld op z'n kop! (De mijne dan.) Want ja, normaal zeg je altijd 'in de melk gekookte rijst', maar dat klopt eigenlijk helemaal niet, want wat kookt er nou eigenlijk? Die melk! Dus je kunt niet zeggen 'gekookte rijst'. Mijn moeder zei van wel: "jewel, hoor!" Maar toen ik haar vroeg het uit te leggen, kwam ze er ook niet uit. 'Rijst in gekookte melk' zou dan nog de enige duidelijke benaming zijn die klopt. Huh?! Wat gebeurt hier? Wat doen wij altijd fout? Of raar?


zondag 26 maart 2017

De tot ziens-fout

Vijf dagen heb ik hem geholpen met z'n wiskunde. Hij heeft de hele Lenteschool lang opgaven gemaakt, samenvattingen gemaakt en geleerd en gedurende die tijd heb ik zijn werk gecontroleerd en zijn vragen beantwoord. Nu had hij zijn eindtoets af en liep hij langs de nog pennende klasgenoten naar mijn bureau, legde zijn toets neer en gaf me een hand. "Bedankt voor de begeleiding!" zei hij en voordat hij de deur achter zich dicht deed: "Tot ziens!" Ik wist wat hij bedoelde.

De Lenteschool was klaar. Hij wist dondersgoed dat we elkaar nooit meer zouden zien. Waarom zei hij dan toch "tot ziens"? Ik zie twee mogelijkheden.

1. De persoon die me nooit meer ging zien zei "tot ziens" omdat hij dat beleefd vond. De uiting dient zo niet alleen als redelijk betekenisloze afscheidsgroet, als je laatste brokje taal dat laat weten dat dit het eind is en dat je weggaat, maar ook als een al-dan-niet-gemeende wens om elkaar weer te zien. Dat laatste is beleefd, want je wilt iemand anders natuurlijk alleen nog een keer zien als je diegene mag. En iemand mogen (of doen alsof je iemand mag) is beleefd. Zou kunnen, maar zou dit allemaal in het hoofd van de groeter omgaan bij het verlaten van het lokaal, de ongeduldige middagzon tegemoet?

woensdag 23 november 2016

Bruidsmeisje op de universiteit

Toen ik aan mensen vertelde dat ik paranimf zou zijn bij een universitaire promotie, keken ze nog net iets minder niet-begrijpend dan ik toen ik het woord voor het eerst hoorde. "Paranimf? Wat mag dat wel niet zijn?" Het klinkt als iets eigenaardig sprookjesachtigs. Eigenlijk betekent het 'gewoon' bruidsjonker of bruidsmeisje. In Nederland wordt een promotie namelijk gezien als een huwelijk tussen de promovendus en de universiteit.

dinsdag 11 oktober 2016

Recensie Kinderboekenweekgeschenk: Oorlog en vriendschap - Dolf Verroen

Op de vraag "Oorlog en vr?" zou je antwoorden: "ede!" maar dit kinderboekenweekgeschenk zegt: "iendschap!" Want wat is vrede? Kan een kinderboek over de oorlog ook over vrede gaan? Nee, dit boek gaat echt over oorlog, de Tweede Wereldoorlog, leven in de Tweede Wereldoorlog. En in elk leven maakt men zoiets als vriendschap mee. Zo ook in dit verhaal.

Opa vertelt, zo lijkt het. Opa is elf jaar oud. Hij heet Joop. Hij gaat naar school en ook niet. Hij maakt vrienden. Hij krijgt geheimen waarover hij moet zwijgen. Hij ontdekt dat er in de oorlog goede en slechte mensen zijn. Hij ziet oneerlijke dingen gebeuren. De oorlog is zo oneerlijk! Dat vindt Pollie, de onderduiker, ook.
'Als we bevrijd zijn,' zei Pollie, 'fiets ik met een bom in mijn fietstas naar Duitsland en blaas ik heel Duitsland op.' 
Ik moest lachen. 
Pollie niet. 

donderdag 6 oktober 2016

Excuses voor kinderboeken


Nee, ik vind niet dat je alles wat je wilt ook echt moet doen, maar een kinderboek laten liggen omdat je je er te oud voor vindt – ondanks dat je er helemaal ondersteboven van bent - is toch eigenlijk misschien wel gewoon laf.
  

zaterdag 10 september 2016

Recensie: De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren - Haruki Murakami

De Japanse Tsukuru is kleurloos, want hij heeft in tegenstelling tot zijn middelbare schoolvrienden geen kleur in zijn naam. Tsukuru betekent 'maker' en Tazaki, zijn familienaam, betekent 'veelpunt'. Saai. Zijn vrienden krijgen de bijnamen 'de Blauwe', 'de Rooie', 'Witje' en 'Zwartje'. Ondanks de kleurloze Tsukuru is het vijftal een hechte vriendengroep. Er hangt een harmonie in de groep, zo perfect als je misschien nog nooit hebt meegemaakt. Maar opeens willen de kleuren Tsukuru niet meer zien.

Ze zeggen niet waarom. Tsukuru begrijpt er helemaal niets van. In zijn studententijd verkeert hij een halfjaar lang in een zwaar depressieve staat waarin hij bijna dood gaat. Uit eindelijk komt hij er weer bovenop. Toch houdt het hem zestien jaar later nog steeds in z'n greep als hij datet met een vijf jaar oudere vrouw, Sala. Zij wil niet dat hij ermee blijft zitten. Ze gebiedt hem op onderzoek uit te gaan. "Ik googel ze wel even en dan ga jij ze opzoeken!"

dinsdag 6 september 2016

Spelling als medicijn tegen taalverandering?

Bedankjes voor de deelnemende kinderen
In veel gebieden van het Nederlands gaat de z steeds meer als de s klinken en de v als de f. “Ik heb de son sien sakken in de see”, is een stereotype uiting van een Amsterdammer. Het verschil tussen de s en z en tussen de f en de v is wel eens groter geweest. In het zuiden van het land is dat verschil nog het meest aanwezig. Daar vind je ook nog een onderscheid tussen de (geschreven) ch en g. In Zuid-Holland, waar ik woon, is er zo goed als geen verschil meer tussen die klanken. Maar je schrijft ze dus nog wel anders! Over deze klankverandering wilde ik meer te weten komen. Sterker nog: hier wilde ik het scriptieonderzoek voor mijn master Taalwetenschappen over gaan doen.

Ik ging op onderzoek uit om te weten te komen hoe Zuid-Hollandse kinderen deze wrijfklanken precies aanleren. Hierbij wilde ik antwoord op de volgende vragen. Maken de kinderen überhaupt wel een onderscheid tussen de korte variant (v, z, g) en de lange variant (f, s, ch)? Zo ja, op welke leeftijden doen ze dat? En speelt de klankomgeving eigenlijk nog een rol?