donderdag 13 november 2014

Kort verhaal: Voor in de schouwburg

Gastschrijfster Niña Weijers. Foto Merlijn Doomernik

Bij College Gastschrijver, een keuzevak dat ik volg, doceert elke week een andere Nederlandse schrijver. Deze week was het Niña Weijers en ze gaf ons ook een opdracht: Schrijf een kort verhaal waarin een herinnering een belangrijke rol speelt. Nu was ik het niet zo heel erg gewoon om verhalen te schrijven. Ik doe dat al een aantal jaar niet meer, eigenlijk. Het enige wat ik aan creatief schrijven doe, is voor deze weblog en dat doe ik nog maar een paar maanden. 

Goed, toen ik het verhaal af had, wist ik dus: Misschien is dit niet hoog literair, maar het heeft wel een special effect! Deze gedachte bevestigde Niña tijdens het college. Het verhaal viel haar op en ze vond het effect heel grappig. Hoe blij en dankbaar ik was! Oké, nu wil je natuurlijk ook weten wat het special effect in mijn verhaal was. Daar kom je vanzelf achter als je het leest. Zie hier:

Voor in de schouwburg


     Allereerst zette Henny zijn trombone in elkaar. Dat was altijd zo gedaan, slechts twee losse delen en een mondstuk. De bladmuziek zette hij op de lessenaar, die hij midden in zijn studio plaatste. Hij ging zo staan dat het zonlicht schuin van rechts op het papier viel. Vervolgens blies hij kort het instrument warm, zonder geluid te maken. Soms speelde hij daarna nog enkele toonladders door. Concentratie. Als hij er klaar voor was, zette hij zijn voeten stevig naast elkaar, recht onder zijn schouders, nam een teug adem - niet te opvallend - en begon te spelen.
     Het stuk begon gelijk lastig: piano, dus hij moest zich goed beheersen, maar al snel kwam er een crescendo, waarbij hij al zijn lucht moest geven. De luide tonen knetterden vervaarlijk uit de beker. Daarna volgden de noten sneller op elkaar en hadden ze grotere intervallen, zodat Henny’s rechterarm razendsnel heen en weer begon te schuiven. Een iets rustiger gedeelte volgde waarbij nog steeds uiterste concentratie was geboden. Hier verscheen een frons boven Henny’s wenkbrauwen. De zuivere tonen klonken in zijn geluidsdichte studio als wasgoed die te drogen hing op een windstille zomerdag, stabiel, schoon en warm.
     Tegen het einde van het stuk spande Henny zich steeds meer in. Hij voelde zijn wangen dan kleuren, maar het laatste gedeelte moest gespeeld worden in hetzelfde tempo. Een accelerando zou fataal zijn. Het lukte hem. Het lukte hem altijd.

     Tevreden kijkt hij weer op en ziet de volle zaal voor zich. Door het felle licht van de spotlights heen ziet hij de doffe woestijn van huidskleur en haarkleur, vermengd met het rood van de schouwburgstoelen. De mensen kijken hem geboeid aan. Waar wachten ze op? Waarom klappen ze niet? Het ging toch goed? Door een microfoon klinkt de bezorgde stem van de presentator.
     “Henny, wat sta je te dromen? Je mag beginnen, hoor!”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen