donderdag 30 april 2015

Tongen verven bij fonetiek

Ik zit op een stoel in het fonetisch lab met een schort om van dun doorzichtig plastic. Mijn mond moet helemaal schoon zijn. De laatste speekselrestjes slik ik door en ik doe wat me te wachten staat: ik steek m’n tong uit. Een klasgenoot pakt een penseel en schildert mijn tong zwart met zojuist vervaardigde houtskoolverf. Dit is geen grap. Dit is geen marteling. Dit is fonetiek.


Met mijn versbeschilderde tong terug in mijn mond mag ik slechts één woord zeggen. Dit woord bevat maximaal één klank waarbij ik met mijn tong mijn gehemelte aanraak, zoals de [t]. Mijn tong zal dus mijn tandkassen en/of mijn harde gehemelte aanraken en daar een zwarte afdruk achterlaten. Het woord is “ra” en ik trek m’n mond weer open. Een tweede klasgenoot houdt een spiegeltje in m’n mond tegen m’n onderkaak en een derde kruipt achter het op een statief klaargezette fototoestel om de binnenkant van mijn mond te fotograferen. Dit alles moet snel gebeuren, want de verf loopt langzaam uit. Na de flits volgt er voor de zekerheid nog één. Het spiegeltje gaat uit m’n mond en ik mag de substantie doorslikken. Die bestaat uit eetbare houtskool uit capsules bij de drogist vandaan (helpt tegen winderigheid), vermengd met een paar druppels zo smaakloos mogelijke zonnebloemolie. Ik neem een slok water om alle resten goed weg te spoelen en maak me klaar voor een nieuwe beschildering. De fonetiekdocent vraagt me of het vies smaakt. Gek genoeg proef ik helemaal niks. Gelukkig, want ik moet nog vijf woorden.

Deze onderzoekstechniek heet statische palatografie. (Palatum is Latijn voor gehemelte.) Het is een goedkope en duidelijke manier om het contact tussen de tong en het harde gehemelte tijdens de uitspraak van bepaalde klanken weer te geven. Er is ook een andere manier om dit te onderzoeken, namelijk met elektropalatografie. Hierbij wordt er een kunstmatig gehemelte in de mond van de proefpersoon geplaatst. Dat gehemelte bevat elektroden die signalen doorgeven als de tong er contact mee maakt. Een groot nadeel van die onderzoeksmethode is dat het heel duur is, omdat het kunstmatige gehemelte op maat gemaakt moet worden. Niet geschikt dus voor een mastercollege fonetiek , waarin we verschillende niet-akoestische onderzoeksmethodes uitproberen. De techniek die wij leren is veel goedkoper. Je kunt zelfs ook andere stoffen als kleurstof gebruiken voor de verf, zolang ze maar eetbaar en niet te snel oplosbaar in speeksel zijn.

Als ik alle woorden heb gezegd, is het tijd om mijn zwarte mond nu compleet te reinigen. Hiervoor had de docent al tandenborstels en tandpasta meegenomen. Gelukkig maar, want ik moet straks een presentatie houden...


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen