donderdag 24 december 2015

De spelling van sjwa

“Maart, er vraagt hier iemand waarom je ‘jee u’ zegt en niet ‘jee ee’ - zeg maar. Waarom is dat eigenlijk?” Mijn zusje zat op de bank met haar telefoon in haar handen, het whatsapp-scherm in beeld, en keek me vragend aan. Ik moest eventjes bedenken wat ze bedoelde, wat de vraagsteller bedoelde. De gedachte dat veel mensen ervan uitgaan dat we zeggen wat we schrijven in plaats van dat we schrijven wat we zeggen hielp me hierbij. De klasgenoot van m’n zusje wilde weten waarom we voor het pronomen tweede persoon enkelvoud /jə/ zeggen en niet /je/. Waarschijnlijk met de gedachte: we schrijven toch een ‘e’?

“‘Je’ is de verzwakte vorm van ‘jij’,” antwoordde ik, “De ə is de makkelijkste klinker, komt voor in alle talen en je hoeft er helemaal geen moeite voor te doen. Als je niet weet wat je moet zeggen, zeg je əəəəəə.” Ze was al overtuigd, maar ik had nog meer. “Je kunt ook geen nadruk leggen op ‘je’. Dan zeg je ‘jij’.”

Of dit precies het antwoord is op de vraag van de klasgenoot, weet ik niet. Daarvoor is de vraag eigenlijk verkeerd om gesteld. In plaats van Waarom zeggen we /jə/ en niet /je/? had ze moeten vragen: Waarom schrijven we ‘je’ terwijl we geen /je/ maar /jə/ zeggen? Want we zijn eerst Nederlands gaan praten - of de vroegere varianten daarvan - en daarna gingen we het pas opschrijven, aan de hand van de uitspraak. Voor de /e/ en de /ɛ/ hebben we dezelfde letter: e. In gesloten lettergrepen, dus lettergrepen die eindigen op een medeklinker, schrijven we de /e/ als ee, zoals in pees, vergeleken met les. En omdat de /ɛ/ korter duurt, komt er altijd (of meestal #uitzonderingen) nog een medeklinker achter in één lettergreep. Dat kun je weergeven in de spelling, dus is er tóch nog een verschil zichtbaar in schrift.

leg•gen
le•gen

Een korte klinker, zoals de /ɛ/, komt dus bijna nooit voor in een open lettergreep, dus zonder medeklinker aan het eind. Een uitzondering is beh, het geluid van een schaap. Je ziet dat er dan een h achter komt. Ook komt het vragende woordje voor, weer met een afwijkende spelling. 

En er is besloten dat de /e/ in een open lettergreep aan het einde van een woord wordt geschreven met ee, denk aan zee. Dit is een handige keuze geweest, want nu is er een mogelijkheid voor de spelling van de sjwa: een enkele letter e in een onbeklemtoonde lettergreep.

Voor andere klinkerparen zoals a-aa en o-oo en u-uu is dit laatste niet nodig. Daarvoor geldt dat de korte klinker één keer wordt geschreven in een gesloten lettergreep, zoals kamp, zon en hut, en de lange klinker twee keer in een gesloten lettergreep: aap, sloot en schuur, en één keer in een open lettergreep: vla, jojo en nu. Die laatste regel is dus anders bij de e, omdat er anders geen mogelijkheid meer is om de sjwa (ə) weer te geven, vergelijk zee met ze.

Maar ja, we hadden natuurlijk ook een keuze kunnen maken voor de spelling van de sjwa. Optie 1: een heel andere letter. Goed dat we daar niet voor gekozen hebben, want dan zaten we nu steeds met een lettertekort op het (Amerikaanse) toetsenbord. 

Optie 2: datzelfde trucje uithalen als we nu doen, maar dan met een andere letter. Een goede kandidaat vind ik - en mijn zusjes klasgenoot dus ook - de u. Hut is nog steeds hut en schuur nog steeds schuur, maar ‘nu’ moet dan geschreven worden als nuu (net zoals we op dit moment zee schrijven). En als je de u tegenkomt in een open lettergreep waar geen klemtoon op valt, dan spreek je ‘m uit als een sjwa. Dus je, grote en verdelen zouden we in dat geval schrijven als ju, grotu en vurdelun. En het rare lidwoord ‘een’ kunnen we gewoon als un schrijven! Ha! Het enige nadeel is dat we de u misschien iets minder snel kunnen schrijven dan de e. Met een pen op papier, bedoel ik. Weet je nog wat dat is? Oké, laat maar, never mind.

Handug, die vragun. Zu brengun ju nog eens op ideeün.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen