donderdag 6 oktober 2016

Excuses voor kinderboeken


Nee, ik vind niet dat je alles wat je wilt ook echt moet doen, maar een kinderboek laten liggen omdat je je er te oud voor vindt – ondanks dat je er helemaal ondersteboven van bent - is toch eigenlijk misschien wel gewoon laf.
  
Het was prachtig geïllustreerd, ging over een muis die de wereldzeeën per schip verkende, oer-Hollands dus, en het was nu maar één euro. Ja, natuurlijk was ik te oud om dit boek te kopen, voor mezelf! Maar ik verzon het excuus dat ik toch wel wat meer van jeugdliteratuur af mocht weten als ik in een bibliotheek ging werken. Als ik tenminste werd aangenomen. Bovendien was het Kinderboekenweek. De sluipreclame had dus ook z’n werk gedaan. Kon ik toch niks aan doen? Die Kinderboekenweek zorgde er ook voor dat er een Kinderboekenweekgeschenk te verkrijgen was, bij minimale besteding van tien euro. Dit is overigens niet dé reden dat ik ook Dummie de Mummie en de drums van Massoeba (€9,99) oppakte, doorbladerde en meenam naar de kassa.

Al bij het koopbesluit van het eerste boek ging het door me heen: ze zal vragen of het een cadeautje is. Laat ik maar gewoon ja zeggen. En een ingepakt boek is wel veel fancier. Mijn toekomstvisie kwam uit en ik antwoordde: “Ja, allebei apart, alsjeblieft.” (Om de leugen geloofwaardiger te maken.) “Jongen of meisje?” Oh oeps! Niet op voorbereid. M’n ogen vielen op het dikste boek. Mummies en trommels zijn misschien eerder jongensachtig. Wereldreizigers ook. “Eh, jongen, deze ook,” antwoordde ik dus. Ik werd zenuwachtig. Ik fantaseerde over twee oppaskindjes die alle twee een boek kregen. Omdat het Kinderboekenweek was. De één was elf, de ander zeven. Ik zou er voor de jongste nog wat bij kopen, want die kreeg anders een heel dun klein boek. Verzinsels voor het geval dat. Met zorg pakte ze de boeken in. Schaamde ik me? Zoveel moeite voor niks. Nou ja, voor die service betaal je, zei de Hollander in mij. Weer een excuus.

“Alsjeblieft!” riep ze en ze liet haar knutselwerk zien. Twee feestelijke pakjes lagen voor m’n neus. De één met ballonnenpapier en de ander met een stickertje dat zei “Gefeliciteerd!” Ik moest me inhouden niet te gaan protesteren: “Oh, maar ze zijn niet járig!”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen